| Informatie over het IRM Interface Modelleringsprogramma |
| Inleiding |
|
Met het IRM Interface Modelleringsprogramma kan een architect, functioneel- of technisch ontwerper de interfaces ontwerpen die het project vereist, hierbij niet beperkt maar juist ondersteund door door de software. Het IRM Interface Modelleringsprogramma is uiteraard gebasserd op de vijf lagen van het Interface Referentiemodel. Bij het opstarten van het programma vallen meteen de vijf 'tabbladen' op. Door hierop te klikken kan de gebruiker dat specifieke aspect van een interface modelleren. Hieronder staan screendumps van de belangrijkste schermen van het IRM Interface Modelleringsprogramma. |
| Systeemlaag |
![]() |
| Bovenstaand scherm is de systeemlaag view. Het toont welke subsystemen (= applicaties) met elkaar communiceren. De dikke lijn kan gebruikt worden om subsystemen te groeperen. In bovenstaand voorbeeld vormen subsystemen 2, 3 en 4 één systeem dat communiceert met de 'buitenwereld': subsystemen 1 en 5. |
![]() |
| Bovenstaand scherm maakt onderdeel uit van de systeemlaag en het definieert bedrijfsprocessen. Het geeft aan in welke volgorde de subsystemen (en de sessies daarbinnen) worden doorlopen. |
| Applicatielaag |
|
|
![]() |
| Bovenstaand scherm toont de applicatielaag. Het definieert de besturingssysteem waar deze applicatie op komt te draaien evenals de programmeertaal die de codegenerator hiervoor moet genereren. Het definieert ook het programmamodel: dit is de interface tussen de gegenereerde code en de programmafunctionaliteit (de lokale functies). |
| Applicatieprotocollaag |
|
|
| Bovenstaande scherm toont de applicatieprotocollaag. Dit is een unieke feature van het Interface Modelleringsprogramma. In deze view definieert een ontwerper de berichtvolgorde: het applicatieprotocol dus. Ook selecties, herhalingen, conditionele acties of time-outs zijn mogelijk. In bovenstaand voorbeeld krijgt subsysteem S02 een signaal indien, na het versturen van bericht M02, bericht M03 niet binnen de ingestelde tijd (in dit geval 5 minuten) ontvangen wordt. |
| Berichtlaag |
![]() |
| Bovenstaand scherm toont de berichtlaag. Elk bericht dat een subsysteem verstuurd, is in deze laag gedefinieerd. Bovenstaand voorbeeld toont de layout van bericht M01 dat bestaat uit vier attributen genaamd: naam, adres, woonplaats en getal. Ook zijn enkele van de eigenschappen te zien, zoals het attribuuttype (in dit voorbeeld: string en integer), attribuutlengte, eventuele minimum en maximum waarde. |
| Transportlaag |
|
|
| Bovenstaand scherm toont de transportlaagview. Het definieert voor elke sessie op welke wijze de berichten in die sessie worden verstuurd. Bijvoorbeeld via TCP/IP, MQ-series, FTP, etc. Ook definieert het de encoding, bijvoorbeeld: binary of XML. |
| Dit was het interface modelleringsprogramma. Lees verder over het programma waarmee de programmacode gegenereerd kan worden. |
|
© 2004 Computer Interface Solutions
|